Reactie KNR op Professorenmanifest

Gepubliceerd op: 27-5-2013 om 16:19 door KNR.

'S-HERTOGENBOSCH - Het Bestuur van de Konferentie Nederlandse Religieuzen heeft kennisgenomen van het Professorenmanifest van 17 april 2013.

Dit manifest, neergelegd in een notitie onder de titel De uitholling van geloofsgemeenschappen in de katholieke kerk, is met een begeleidende brief toegestuurd aan de zetelbisschoppen van Nederland en aan de nuntius. Hoewel de KNR in deze problematiek niet geadresseerd is, bereikte het Bestuur vanuit een aantal religieuze instituten het verzoek stelling te nemen ten aanzien van het manifest en de daarin uitgesproken bezorgdheid.

Uit het manifest spreekt zorg over een tweetal ontwikkelingen. Enerzijds het verdwijnen van lokale geloofsgemeenschappen en de negatieve gevolgen daarvan voor gelovigen om samen kerk te zijn. Anderzijds het proces en het bisschoppelijk beleid dat dit verdwijnen en opheffen van geloofsgemeenschappen begeleidt.

Het Bestuur KNR deelt de zorgen die het manifest uitspreekt over het verdwijnen van (zelfs maar de kleinste) geloofsgemeenschappen. In de cultuur van het religieuze leven is door de eeuwen heen het woord van Christus benadrukt: “Waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden” (Mattheüs 18,20). Religieuze gemeenschappen zijn altijd klein begonnen. Twee of drie mensen beginnen een huis – de grote bewegingen zijn zelfs ontstaan door het navolgen van het voorbeeld van één persoon – en dat huis bestaat zolang er mensen zijn om het te bewonen en het apostolisch ideaal van de gemeenschap uit te dragen. In het seculariserende westen mogen we het grote belang van kleine gemeenschappen niet onderschatten. We zijn het met het manifest eens dat het werk van niet-gewijde medewerkers voor het voortbestaan van deze kleine gemeenschappen van groot belang is.

Anderzijds spreekt het manifest over bisschoppelijk beleid dat op “een autoritaire wijze vorm krijgt, zonder adequaat overleg met het gelovige volk en met voorbijgaan van de normen van openheid, verantwoording en democratie”. Hieruit zou geen besef van of respect voor de maatschappelijke en religieuze mondigheid van het Volk Gods blijken. De KNR is niet overtuigd van deze zienswijze, kan zich althans niet voorstellen dat de bisschoppen zonder overleg of inspraak van de gelovigen beleid zouden willen formuleren en uitvoeren. Dat zou namelijk haaks staan op de emancipatie van de christengelovigen, een verworvenheid van de laatste vijftig jaar van onze kerkgemeenschap.

De professoren pleiten voor een uitwerking van het subsidiariteitsbeginsel, waarmee een organisatie van kleinschaligheid wordt beoogd zodat op lagere niveaus zelfstandig beslissingen kunnen worden genomen. Het is een kerkmodel dat voor de 197 religieuze instituten die bij de KNR zijn aangesloten deels reeds gangbaar is. De instituten bezitten iusta autonomia, rechtmatige autonomie. Bovendien kunnen instituten alleen worden opgeheven door de Apostolische Stoel. Dit toont het grote belang dat (ook aan kleine, lokale) gemeenschappen wordt gehecht.

Het Bestuur KNR verklaart daarom van harte dat religieuzen aan de kant staan van de mensen die hun gemeenschap van onderaf willen vitaliseren.