Aan het secretariaat van het Professorenmanifest

Geachte lezer,

Dit manifest komt voor mij als een geschenk uit de hemel! Het is allemaal zo verschrikkelijk waar wat hier vermeld wordt en de werkelijkheid is vaak nog erger.

Als oud-bestuurder van de parochie van de Heilig Landstichting (nu behorend tot Nijmegen-Zuid) kan ik alles totaal onderstrepen. Van het kommentaar van de heer Bots die vooralsnog het manifest niet ondertekent, begrijp ik weinig. Waarschijnlijk heeft hij de historie van het hele fusieproces niet meegemaakt.

Dit fusieproces is niet zuiver en wordt via nieuw benoemde priesters en de door deze binnengehaalde bisschoppelijke fusiebegeleiders gewoonweg afgedwongen omdat er slechts één weg bestaat : die door -in ons geval Den Bosch- uitgestippeld is. Wie het er niet mee eens is, wordt zoals mij overkomen is, staande de bestuursvergadering, uit het bestuur gestoten. De achterblijvers zien omwille van het "kerkelijk gezag" dan af van verdere protesten.

De bisschop wil alleen hem welgevallige bestuursleden.

De twee brieven die ik n.a.v. dit hele gebeuren en de vele kwalijke voorvallen er omheen aan bisschop Hurkmans persoonlijk geschreven heb, werden afgedaan met: "De bisschop heeft uw brief met interesse gelezen."

Een brief aan Paus Benedictus XVI persoonlijk, waarin ik het onmogelijke beleid van de door hem benoemde bisschoppen en kardinaal hekelde, bracht mij na een week of zes via de nuntiatuur in Den Haag nieuwe moed. De schrijver vanuit het pauselijk secretariaat drukte mij op het hart "mein persönliches Zeugnis in meinem Umfeld" verder te dragen.

Voortdurend ben je bezig, mogelijkheden te zoeken om het kerkelijk beleid van deze bisschoppen te stoppen. Alleen kun je echter niets!

Daarom hoop ik dat de initiatiefnemers van dit manifest zullen doorgaan om de verdere aftakeling van de Nederlandse katholieke kerk door deze bisschoppen een halt toe te roepen.

 

Met hartelijke groet,

Joop van Rossum 

Klik hier voor de kritische reactie van prof. Hans Bots waar de heer van Rossum aan refereert en ons antwoord daarop